Recruitment heeft het imago niet altijd mee. Waar het vak ooit werd gezien als verbindend en adviserend, klinkt tegenwoordig regelmatig frustratie en cynisme. Recruiters zouden te opdringerig zijn, te commercieel, of vooral met zichzelf bezig. Maar waar komt dat negatieve beeld eigenlijk vandaan? En is het wel zo zwart-wit als vaak wordt geschetst?
Een treffend voorbeeld daarvan kwam onlangs naar voren tijdens een vakbeurs. Een van de medewerkers van Voltys raakte daar in gesprek met een bezoeker over de uitdagingen op de arbeidsmarkt. Toen het gesprek ging over personeelsschaarste en de druk die dit legt op recruitment, volgde een opmerking die bleef hangen: “Ja, maar met jullie heb ik geen medelijden hoor.” Geen grap, geen knipoog, maar een oprechte reactie. De ondertoon was duidelijk: recruiters worden niet gezien als onderdeel van het probleem, maar als veroorzakers ervan.
Die houding komt niet uit het niets. Veel professionals hebben negatieve ervaringen met recruitment. Ze denken aan onpersoonlijke berichten, functies die niet aansluiten, loze beloftes of processen waarin ze na een gesprek nooit meer iets horen. Voor hen is ‘de recruiter’ geen individu, maar een anoniem symbool geworden van alles wat er misgaat in solliciteren en werven. Dat sentiment wordt vervolgens doorgetrokken naar het hele vakgebied.
Tegelijkertijd wordt vaak vergeten onder welke omstandigheden recruiters werken. De druk om vacatures snel te vullen is hoog, de markt is krap en verwachtingen van opdrachtgevers lopen uiteen. Recruiters bewegen continu tussen belangen van kandidaten en organisaties, waarbij ze het nooit voor iedereen goed kunnen doen. Toch zijn het juist de zichtbare contactmomenten, het bericht, het telefoontje, de afwijzing, waarop het oordeel wordt gevormd.
Daar komt bij dat successen binnen recruitment vaak onzichtbaar blijven. Een goede match die jarenlang goed functioneert, levert zelden applaus op. Maar één slechte ervaring blijft hangen. Zo ontstaat een vertekend beeld waarin het vak vooral wordt geassocieerd met ruis, irritatie en wantrouwen. Dat maakt het lastig om het gesprek op inhoud te voeren, zoals op die beurs ook bleek.
Toch ligt de oorzaak niet alleen bij recruiters zelf. Recruitment is in de afgelopen jaren steeds meer een volume-gedreven discipline geworden. Snelheid, targets en bereik zijn belangrijker geworden dan relatie en diepgang. Dat heeft effect op hoe het vak wordt beleefd, zowel door kandidaten als door opdrachtgevers. En zolang recruitment vooral wordt afgerekend op aantallen in plaats van kwaliteit, zal dat beeld moeilijk kantelen.
De conclusie is dan ook dat recruitment niet alleen in een slecht daglicht staat, maar ook te maken heeft met een vertrouwensprobleem. Dat los je niet op met nóg meer berichten of nóg strakkere processen, maar met oprechte aandacht, transparantie en realistische verwachtingen. Want achter elke recruiter zit ook gewoon iemand die probeert mensen en organisaties bij elkaar te brengen, ook al krijgt zij daar lang niet altijd waardering voor.
Gerelateerde Artikelen & blogs





